Ondanks dat er zelfs in het Sinterklaasjournaal de noodtoestand is uitgeroepen, maak ik me geen zorgen. Want hoe groot de problemen ook mogen zijn bij de goedheiligman, het komt altijd wel weer goed.
Daarom zou ik, wanneer dat had gekund, bij de Tweede Kamerverkiezingen op S. Nicolaas te Madrid hebben gestemd. Een man die als geen ander weet ergens geld vandaan te halen om iedereen tevreden te houden.
Hoewel… de mensheid lijkt met steeds minder genoegen te nemen. Wie de cadeaufolders van de speelgoedwinkels er op naslaat ziet prijzen voorbij komen waar zelfs de goede Sint stijl van achterover slaat. Terwijl het hele Sinterklaasfeest natuurlijk draait om gezelligheid, elkaar een beetje plagen en drie kilo erbij als je de volgende keer op de weegschaal stapt.
Vroeger zat er in mijn schoen (die ik overigens alleen op woensdag en zaterdag mocht zetten) een chocoladekikker. Toen ik eens een doosje met chocoladegereedschap kreeg met een hamer én een nijptang én een schroevendraaier, vonden mijn ouders het niet meer dan logisch dat ik de woensdag erop mijn schoen niet mocht zetten.
Onze cadeautjes waren klein en bescheiden
Ik weet nog dat ik daar heel erg boos om ben geweest en alleen het dreigement dat ik dan helemaal mijn schoen niet meer mocht zetten hielp om mij te kalmeren. Onze cadeautjes waren klein en bescheiden, net zoals bij mijn vriendjes.
Ook later, toen ik ingewijd was in het Grote Geheim en lootjes mocht trekken, werd een cadeau (met gedicht en surprise, dat was verplicht) nooit veel duurder dan vijftien gulden. Maar desondanks, of misschien wel juist daardoor, koester ik goede herinneringen aan het Sinterklaasfeest.
Zoals de herinnering aan mijn vader, die op onze trouwdag in oktober alvast de lootjes had meegenomen ‘want we waren nu toch allemaal bij elkaar’. Of aan mijn broers die, de waarheid vermoedend, mijn vader de hele dag achtervolgden. Want altijd als Pappa weg was stond er ineens een wasmand met cadeautjes als hij weer terug was.
De wasmand was altijd meer dan genoeg gevuld
Als mijn moeder zei: ‘We doen het dit jaar een beetje rustig aan met de cadeautjes,’ ging er bij ons een gejuich op. Want de wasmand was altijd meer dan genoeg gevuld.
Toch ontstond langzamerhand in de samenleving de hang naar meer en grotere cadeaus. Mijn moeder maakte in de jaren zeventig een gedicht waarvan ik helaas niet alles meer weet. Maar er kwamen strofen in voor als:
Jan vond vanmorgen in zijn schoen
Een wintertrui, geheel in ’t groen.
Die gaat hij morgen ruilen.
En Piet, die ’n echte racefiets wou
Die krijgt dezelfde trui, in ’t blauw.
Gaat stiekem zitten huilen…
Ik heb in elk geval geleerd van Sinterklaas dat je, zelfs als je niet alles van je lijstje krijgt, je het toch heel gezellig met elkaar kunt hebben. Dat je soms cadeautjes krijgt die niet op je lijstje stonden, maar die toch heel handig blijken te zijn.
En ik hoop oprecht dat ze daar in Den Haag bij de formatie eens op dezelfde manier naar gaan kijken. Dat zou pas een cadeau voor Nederland zijn…