Van de week heb ik een hoop geld in de container gegooid. De zwarte container. Want ondanks dat er op de verpakking stond dat het product geen plastic bevatte, bleek er een andere kunststof te zitten in mijn ‘biologisch afbreekbare’ waspapiertjes.
Hetzelfde geldt overigens ook voor de ‘biologisch afbreekbare’ folietjes om de vaatwastabletten. Allemaal gemaakt van kunststof die onze waterzuivering er niet uit kan halen.
Ik had de avond ervoor naar ‘Keuringsdienst van waarde’ gekeken waarin die waspapiertjes het onderwerp waren. En naarmate de uitzending vorderde werd ik steeds bozer. En wanhopiger. We zitten al tot onze nek vol met PFAS, maar geldbeluste mensen vinden dat er nog best wel het een en ander bij kan. Zolang zij er maar aan verdienen.
De aller-aller-slechtste uitvinding die de mensheid ooit heeft gedaan, is geld. Voorheen ruilde je een koe tegen tien appeltaarten, waarvan je er eentje opat. De overige negen ruilde je voor een trui die de buurvrouw had zitten breien, en zo was iedereen tevreden. Maar toen kwam er zo’n goochemerd die dacht: ‘Dat gesjouw met die appeltaarten: het is zo’n gedoe. Kunnen we daar nou niks anders voor verzinnen?’
Als je eenmaal aan geld had geroken werd je verslaafd
Hij maakte waardepapieren. Maar in de praktijk bleek je vaak minder nodig te hebben dan zo’n waardepapier, dus er moest iets kleins komen om dat op te lossen. Muntjes. Zo is langzamerhand het geld ontstaan. Super handig, maar er bleek een neveneffect aan te zitten: als je eenmaal aan geld had geroken, werd je verslaafd. Je moest er steeds meer van hebben. En meer. En nog meer. We zeggen wel braaf dat je laatste hemd geen zakken heeft, maar blijkbaar weerhoudt er ons dat toch niet van om door te gaan met het verzamelen van aardse schatten. We zijn met zijn allen de betekenis van het woordje ‘genoeg’ vergeten. In alles.
Van dat stukje appeltaart op zondag bij de koffie tot de dagelijkse taart waar we nog een tweede stuk van nemen, want op één been kun je niet lopen. Van het kleine huisje waar hele families in woonden naar de enorme villa met drie badkamers voor twee personen, op een stuk grond waar gemakkelijk twaalf gezinswoningen op gebouwd hadden kunnen worden. Van de zakenman die keihard werkte om winst te maken zodat hij zijn personeel wat extra’s kon geven, tot de miljonair die zichzelf een bonus uitkeert van 48 miljard.
Het is bijna 2026. En hoewel u mij misschien voor gek verklaart, hoop ik dat het woord van het jaar in 2026 ‘Genoeg’ zal zijn. Geen fabrikant die met een slimme omzeiling van de wet meer wil binnenharken. Geen regeringsleider die meer land wil hebben dan zijn eigen landsgrenzen. Geen miljonair met meer geld dan hij in een miljard jaar kan opmaken. En voor mijzelf: alleen nog één stuk taart op zondag. Per slot van rekening is mijn buikomvang al groot genoeg…