Column: moederachtig

Column: moederachtig

Even terug in de tijd …. mijn vriendin en ik gingen als post-pubers naar Rome om er te wonen en te werken. Nederland was te klein geworden voor onze onmetelijke verwachtingen van het leven. Mind you: wij kwamen uit Dokkum en Enschede!

Parijs, Londen, Berlijn? Ach nee, te afgezaagd: andiamo a Roma.

We werden er volwassen, leerden in recordtijd Italiaans, kregen instructies hoe je spaghetti moet eten, (nooit snijden met een mes) en deden wat de Italianen deden: een middagdutje na de maaltijd. Eén van de life changing ervaringen van toen: wij, provinciaaltjes werden, voor het eerst, gezien en uitbundig gewaardeerd door de Italiaanse mannen. Eindelijk. Hier in Nederland waren we onopvallend, dertien in een dozijn, grijze muizen. Aandacht van mannen was ons vreemd. Onze stille aandacht voor mannen was groot.

We voelden ons beeldig en bemind

Die aandacht hielden we lang vast. In de Via Nazionale werden we gevolgd door knappe- en minder knappe Romeinen. In Venetië, op Piazza San Marco, droegen ze ons van loopbrug naar loopbrug omdat het plein onder water stond. We werden ten huwelijk gevraagd, ontvingen liefdesbrieven, werden meegenomen naar de hipste discotheken, kortom we voelden ons beeldig en bemind. Van Metoo had nog niemand gehoord.

Terugkijkend, waren we totaal gefascineerd door die nieuwe ervaring: interesse van mannen. De schoonheid van het Colosseum ontging ons. Dat de stad in shock was vanwege de ontvoering en latere moord op Aldo Moro (premier van Italië) kregen we nauwelijks mee, want andere interesses dus; heel oppervlakkig maar we waren nog bezig het leven te ontdekken.

Na jarenlange omzwervingen, keerden we terug naar Nederland; inmiddels, vrouwen van de wereld, gepokt en gemazeld, wijs en zelfverzekerd.

De Italiaanse beleving was euforisch

Onze liefde voor Rome bleef en breidde zich uit naar heel Italië. Door de jaren heen maakten we heel wat rondreizen. Onze Italiaanse beleving was onveranderlijk euforisch. We genoten van de heerlijke pasta di mama en of we nu Prosecco in het noorden dronken of Donnafugata op Sicilië, het smaakte altijd verrukkelijk.

We keurden de cannoli in elke stad en oordeelden dat ze in het zuiden het lekkerst waren. Waar we ook van genoten: de altijd stijlvol geklede Italiaanse vrouwen, hoe doen ze dat toch.

Maar het tij keerde toen we in onze derde levensfase kwamen. Ineens waren we vooral moederachtig. Beeldig en bemind, daar sprak niemand meer over.

Daar, waar we voorheen omringd werden door aantrekkelijke jonge mannen, sloften er ineens oude mannetjes om ons tafeltje. Geen Fiatjes 500 meer die ons achtervolgden. Geen romantische beloftes meer dat ze eeuwig bij ons zouden blijven (niet dat we daarop zaten te wachten). Ooit werden we bedolven onder warme kussen en bewonderende blikken. Wat is er gebeurd? Niet veel. Slechts een paar jaartjes ouder geworden.

Tegenwoordig zeggen die blikken: ‘jullie lijken op onze moeders; respect!’ en ‘jullie zijn best aardig in jullie mom-jeans, puffer jack, korte haren, beige capri en Birkenstocks’. Maar als je zeventig bent heb je geen sjans meer.

Heimwee naar een tijd die voorbij is? Dat ook weer niet; alles heeft zijn tijd. We zijn allang over de teleurstelling heen en zijn niet ontevreden over de ommezwaai. De handkus van een corpulente oude Italiaan is geruststellend en charmant, een beetje afstandelijk maar eigenlijk best lekker dat moederlijke imago.