Ik houd mezelf graag voor dat ik een hippe oudere ben. Niet alleen draag ik kleurrijke sneakers, ik bekijk ook video’s op book-tok met boekentips van zestienjarigen als inspiratie en ik check de make-up tutorials op Youtube; zo weet ik nu dat wimperextensions niet voor 70-jarigen zijn.
Laatst hoorde ik voor het eerst de uitdrukking pet peeve. Eerst dacht ik dat het een nieuwe trend of iets GenZ-achtigs was. Maar nee, pet peeve blijkt een term van (Engelstalige) boomers!
Het mag dan nieuw klinken, het verschijnsel ken ik maar al te goed. Een pet peeve is zo’n klein, persoonlijk irritatiepuntje waaraan jij je mateloos ergert, terwijl anderen er hun schouders voor ophalen. Maar hoe klein de pet peeve ook lijkt, het beheerst een groot deel van mijn humeur.
De waarheid is dat ik me snel erger aan mensen, dingen en situaties
Want laat ik maar eerlijk bekennen: ik heb er nogal wat. Irritatiepuntjes. Van buiten lijk ik rustig, tolerant, bijna zen maar de waarheid is dat ik me snel erger aan mensen, dingen en situaties. Gelukkig woon ik alleen; niemand lijdt onder mijn onverdraagzaamheid. Ik mopper, mekker en foeter in mijn eentje. In stilte.
Wat is er toch aan de hand? Waarom erger ik me toch zo mateloos aan onschuldige dingen? Ben ik overgevoelig? Ben ik moe en verdraag ik geen ‘onzin’? Kleine irritaties blijven hangen of herhalen zich in mijn hoofd. Ik weet het: ik ben zoals ik ben; maar dat bevalt me niet.
Een greep uit mijn peeves: Als ik vraag ‘heb je zin in een kopje koffie’ de ander antwoordt ‘ja graag’. Zo burgerlijk en saai.
Of mannen met blote voeten in sandalen; mét sokken is trouwens ook erg. Heb het ooit ‘uitgemaakt’ met een geliefde op sandalen. Ook kan ik niet kijken naar Haagse journalisten die, met microfoon, hysterisch achter Kamerleden aanrennen en onnozele vragen stellen. Je bent journalist en speelt niet in een achtervolgingsscène van een film!
En ik vind mensen die ‘taartje’ zeggen ipv ‘gebakje’, gewoon aanstellers. Ronduit belachelijk vind ik Jort Kelder die in zijn podcast gasten begroet met ‘Ahoy’. Zestig jaar en nog zo puberaal. En elke dag weer die oude mannetjes op hun scootmobiel bij de ingang van het winkelcentrum; altijd flauwe opmerkingen en je van top tot teen bekijkend. Pure straatintimidatie.
Anderen worden milder, ik leg het leven juist onder een vergrootglas
Dit is slechts een selectie uit een lange, lange lijst en ik weet het … ik ben belachelijk en hoewel ik niet de enige ben die gekweld wordt door peeves, ben ik wel extreem en naarmate ik ouder word, wordt het erger. Anderen worden milder, krijgen een filter; ik leg het leven juist onder een vergrootglas.
Ben ik psychisch en biologisch wel normaal? Waarschijnlijk niet! Ik neem aan dat het allemaal te maken heeft met mijn waarden, opvoeding, voorkeuren en mijn aangeboren ongeduld. Ik spreek mezelf regelmatig toe: ‘Stel je niet aan; lach erom of ga gewoon iets doen.’ Die redelijke toon van mijn brein zet zich helaas niet om in daden. Het enige wat helpt is diep ademhalen, slikken en glimlachen.
Wellicht moet ik de peeves ‘omarmen’. Op zich ook een pet peeve. Tegenwoordig moet je alles ‘omarmen’: je angsten, je onzekerheden, je dunner wordende haar. Maar laat ik mijn lange lijst nu niet nog langer maken met nieuwe peeves.