Soms zou je wel eens een paar weken willen emigreren naar het onbewoond eiland Gili Meno. Ikzelf bijvoorbeeld zou best heel graag de komende weken willen leven op een menu van kokosnoten, vis en bananen. En als u me vraagt waarom: omdat ‘we’ ons hebben geplaatst voor het wereldkampioenschap voetballen. En nee, dat heeft niets te maken met het feit dat ik geen interesse heb in voetbal.
Ik heb er nooit iets van begrepen: tien mensen die achter een bal aanhollen om hem, als ze hem eindelijk weten te bereiken, weer weg te schoppen. En dat ook nog eens twee keer drie kwartier achter elkaar. Natuurlijk mag u dat leuk vinden en heeft u misschien weer niks met ballet. Ieder z’n hobby, zullen we maar zeggen. Val mij er alleen niet mee lastig. Maar dat is nu net het punt: je ontkomt er niet aan.
Gejuich en geschreeuw of wanhopig ‘Nee!’-gebrul bij ieder doelpunt.
Het worden weer een paar weken van onrustig slapen, vanwege het geritsel van miljarden plastic vlaggetjes. Vanwege het urenlang getoeter van auto’s als ‘we’ hebben gewonnen. Het afsteken van vuurwerk in hetzelfde geval. Gejuich en geschreeuw of wanhopig ‘Nee!’-gebrul bij ieder doelpunt.
En laten we alstublieft hopen dat het de komende drie weken gaat plenzen van de regen, want anders moeten alle wedstrijden bekeken worden op grote schermen in tuinen zodat ‘we’ van de hele wedstrijd iedere minuut kunnen meegenieten.
Intussen worden we al weken overspoeld met hijgerige reclames waarin we worden gedwongen om juichjacks, leeuwenhanddoeken, oranje badjassen of ander prullaria bij elkaar te sparen. Brave huisvaders slaan elkaar de hersens in voor het allerlaatste hamsterpet of koelserver. Terwijl ik denk aan de enorme berg afval die er over blijft als ‘we’ uitgeschakeld worden. Want dat dat gaat gebeuren is, gek genoeg de overtuiging van 92% van de Nederlanders. Slechts 8% gelooft dat ‘we’ wereldkampioen gaan worden.
‘We’ weten van gekkigheid niet meer wat we moeten doen om maar te laten zien dat ‘we’ achter ons nationale team staan
Intussen weten ‘we’ van gekkigheid niet meer wat we moeten doen om maar te laten zien dat ‘we’ achter ons nationale team staan. ‘We’ verpakken hele straten in oranje plastic, verven het hele gezin in de nationale kleuren én in het oranje natuurlijk, laten ons haar verven in de kleur Trumporanje of de vreemdste dingen op ons lijf tatoeëren.
Van mij mogen ‘we’ elke wedstrijd winnen. En daar ook best een feestje van maken. Maar bespaar me alstublieft de massahysterie waar ‘we’ blijkbaar aan mee moeten doen. Vandaar dat ik mijn koffer pak voor drie weken op een onbewoond eiland. Lijkt u dat ook wel wat? U mag mee, hoor, ruimte genoeg op Gili Meno. Er mogen alleen geen spitsen mee, wel spitzen…