Leef Je Pensioen

Santiago de Compostela had ik al een aantal jaar op mijn netvlies

Van jongs af aan heeft Terese Rutten (66) al een liefde voor Spanje. Na haar pensioen besloot ze naar Santiago de Compostela te lopen, een fysieke en mentale uitdaging.

Lopen naar Santiago de Compostela was al een aantal jaar een droom van Terese Rutten (66). Toen ze vorig jaar met pensioen ging besloot ze dat dit het jaar zou zijn waarin ze de tocht daadwerkelijk zou maken. “Het was voor mij een manier om te kijken waar ik op dat moment in mijn leven stond. Ik heb mijn leven lang gewerkt en kinderen groot gebracht, nu koos ik echt even voor mijzelf." Na ruim 830 kilometer te hebben afgelegd en bijna zevenhonderd foto's te hebben gemaakt, bereikte ze het eindpunt van haar wandeling: paaltje nul in Finisterre (ruim honderd kilometer voorbij Santiago). “Ik vond het aankomen heel emotioneel, ik wist niet dat het zo emotioneel zou zijn. Ik had heel dapper gezegd: “Ik wil tot kilometer paal nul komen", maar dan weet je niet wat dat inhoudt."

Wie een stap in het huis van Terese zet voelt meteen dat alles in de woning Spanje ademt. Naast de bank ligt een aantal boeken met bovenop het reisverhaal “De omweg naar Santiago" van Cees Nooteboom. Verderop ligt een stapel met tijdschriften over Spanje en op het dressoir ligt een Sint Jakobsschelp duidelijk in het zicht. In een schaal liggen allemaal kleine aandenkens aan de wandelreis van Terese. Een origami konijntje dat ze kreeg van iemand die ze onderweg tegenkwam, diverse sleutelhangertjes en een boekje met stempels van steden die ze tijdens de wandeling aandeed. “Het ligt er nog omdat het vrij recent is", vertelt Terese die om haar pols een blauw armbandje heeft met daaraan een bedeltje waarin ook de Sint Jakobsschelp te ontdekken valt.

Terese Rutten

“Ik wilde loskomen van alles”

Vorig voorjaar, nadat ze met pensioen ging bij bureau Jeugdzorg, besloot Terese samen met een vriendin naar Santiago de Compostela te lopen. “Santiago de Compostela had ik al een aantal jaar op mijn netvlies”, begint Terese te vertellen. Niet geheel onverwachts, geeft ze toe, want vanaf jongs af aan heeft ze al een grote voorliefde voor Spanje en alles wat daarmee te maken heeft. Zo bezoekt ze het land een aantal keer per jaar, volgt ze Spaanse taalles en zit ze op Flamenco. “Misschien dat iemand uit mijn familie iets met een Spaanse of Spanjaard heeft gehad”, zegt ze lachend. “Over de Camino (het Spaanse woord voor weg) hoorde ik weleens wat. Zo is er in de media best wel wat wat aandacht voor, kende ik iemand die er naartoe was gefietst en hoorde ik er via vriendengroepen iets over. Dus toen dacht ik: het jaar dat ik met pensioen ga, dat is het jaar waarin ik naar Santiago ga. Ik wilde even loskomen van alles. Ik heb heel lang in dienst gestaan van anderen. Dat was prima, maar het was voor mij een manier om te kijken waar ik op dat moment in mijn leven stond.”

“Ik ben vorig jaar in het voorjaar met een vriendin gestart”, vervolgt Terese. Het tweetal begint hun wandeling in Saint Jean Pied de Port een plaats in de Franse Pyreneeën en acht kilometer van de Spaanse grens. “Ik heb met die vriendin een paar weken gelopen, maar zij vond het fysiek en mentaal heel zwaar. We hadden ooit tegen elkaar gezegd: “Mocht één van de twee niet meer verder kunnen, dan gaat de ander door”, maar toen het moment daar was dacht ik: ik ga met haar mee terug. Afgelopen jaar dacht ik: ik ga het gewoon helemaal alleen doen. Ik kom onderweg wel mensen tegen. Dus heb ik een ticket geboekt naar Madrid en heb ik de wandeling opgepakt tot waar ik was gekomen. Het liefste had ik het in één keer gedaan, dan had ik dit jaar een andere tocht kunnen maken, maar het is zoals het is.”

“Je wordt op jezelf teruggeworpen”

In totaal doet Terese er ongeveer zes weken over om van Saint Jean Pied de Port in Frankrijk naar het Spaanse Santiago de Compestela te lopen. Een wandeling van bijna achthonderd kilometer, zo wordt haar verteld als ze achteraf haar certificaat ophaalt. Na een verblijf van een aantal dagen in Santiago de Compostela besluit Terese echter dat haar tocht nog niet klaar is. Ze wil door lopen naar Finisterre. In die stad, die ook wel het einde van de wereld wordt genoemd, staat kilometerpaaltje nul. “Toen ik in Santiago aankwam vond ik dat geweldig”, legt Terese uit, “maar voor mij was het nog niet klaar. Ik moest verder naar kilometer paal nul. Die drive had ik gewoon. Toen ik daar aankwam had ik het gevoel: nu is het klaar. Verder dan dat kan je ook niet, want dan zit je bij de Atlantische Oceaan. Ik vond het aankomen heel emotioneel”, memoreert Terese, “ik wist niet dat het zo emotioneel zou zijn. Ik had heel dapper gezegd: “Ik wil tot kilometer paal nul komen”, maar dan weet je niet wat dat inhoudt.”

“Maar”, zo vervolgt Terese, “de tocht is het doel, niet het aankomen. Het aankomen komt erbij.” Daarmee verwijst ze naar het feit dat de tocht voor veel pelgrims in het teken staat van een persoonlijk vraagstuk waarop ze onderweg antwoord hopen te vinden. “Ik heb meegemaakt dat een wandelaar op een t-splitsing stond op relatiegebied. Of dat iemand niet meer gelukkig was op zijn werk, ontslag had genomen en tijdens de tocht hoopte inzicht te krijgen over hoe hij straks verder moest. Maar er zijn ook mensen die hun partner hebben verloren of die iemand die ziek is hebben beloofd dit te gaan doen. Ook voor mij is het een spirituele ervaring geweest, maar het was daarnaast ook fysiek en mentaal een uitdaging. Je wordt op jezelf teruggeworpen. Ik heb bijvoorbeeld een aantal dagen behoorlijk wat regen gehad. Dat was bij het zwaarste gedeelte van de Camino. Dan begin je ’s ochtends in de regen, loop je de hele dag, zoek je een slaapplek, hang je je kleding uit en dan stap je de volgende ochtend nog nat in dezelfde regen waar je ’s avonds uitgekomen bent. Dat is mentaal heel zwaar.” Hoe je dat volhoudt? “Door de mogelijkheden te vinden in het nu. Door te denken: het regent nu, maar straks komt er zon. Want het blijft niet altijd regenen. Of je gaat ergens koffie drinken en dan raak je leuk in gesprek, dan ga je daarna wel weer de regen in maar dan ben je een hele mooie ervaring rijker.”

“Ik kon het fantastisch goed”, zegt Terese als ze terugblikt op de lange wandelingen en de korte nachten tijdens haar tocht. “Ik ben wel een paar kilo afgevallen, maar ik heb geen blaar gehad. In het begin een beetje spierpijn, maar dat was het wel allemaal. Ik sta versteld van de mentale en fysieke kracht die je ontwikkelt. Zo heb ik één keer gehad dat ik in een dorp aankwam en geen slaapplek had en toen moest ik nog acht kilometer verder lopen. Totaal heb ik die dag 34 kilometer gelopen. Dat is heel veel! In Nederland had ik ter voorbereiding weleens 25 kilometer gelopen, maar hier in Nederland is alles plat.. Daarbij kun kan je je voorbereiden op de Camino, maar tijdens de tocht moet je het doen. Met alles wat er prettig en niet prettig is, want die dingen kom je tegen. Maar ik heb wel steeds voor ogen gehouden: ik mag hier zijn. Ook al is het te koud, te warm, te nat, hebben we honger, branden mijn voeten of wil ik in een gewoon bed slapen zonder dat er iemand ligt te snurken waardoor ik niet kan slapen. Je kunt zoveel negatiefs benoemen, maar je kunt er ook iets positiefs uit halen. Namelijk dat je daar mag en kunt zijn.”

“Het weerzien is fantastisch”

“Alles wat met Santiago te maken heeft, heeft met ontmoeting, aanraking en toeval te maken”, zo vertelt Terese. Volgens haar vormen de pelgrims een maatschappij binnen de maatschappij. Zo wordt er ‘s avonds aan grote tafels gezamenlijk gegeten, worden er soms stukken samen gewandeld en net zo makkelijk weer zonder elkaar. Je maakt geen afspraken met elkaar, want iedereen loopt zijn of haar eigen Camino, maar het toeval wil er weleens voor zorgen dat je elkaar opnieuw tegen het lijf loopt. “Je komt onderweg veel mensen tegen. Ik heb contact gehad met mensen uit Amerika, Brazilië, Sao Paolo, Duitsland, Italië en Nederland. De eerste paar dagen heb ik bijvoorbeeld met een Italiaan gelopen en toen met een Fransman, maar die raak je wel weer kwijt. Want jij loopt wat langzamer of je loopt wat sneller. De ander stopt wat eerder of jij stopt eerder. Maar als je mensen weer ziet, dan sluit je ze in de armen. Zo van: “Oh jou heb ik eerder gezien, hoe gaat het met je?”. “

“Het weerzien van mensen met wie je iets gedeeld hebt is fantastisch”, vervolgt Terese. Daarbij doelt ze met name op de ontmoetingen in Santiago. “Iedereen die aankomt in Santiago gaat als eerste naar de kathedraal toe, want de kathedraal is centraal voor die stad. Ik was een paar dagen in Santiago en ging elke dag naar het plein om te kijken wie er aankwamen. Dat was heel emotioneel. Je loopt over van emotie omdat je mensen weer tegenkomt. Ik heb wat af gehuild, omdat je elkaar weer in Santiago tegenkomt. Zo ben ik tijdens het wandelen een Amerikaan tegengekomen. Ik heb één dag met hem gelopen. Hij liep die dag alleen. Zijn echtgenote kwam hem achterna met een bus omdat ze vreselijk vermoeid was. Ik had net een boek gelezen over een vrouw die met dertig kilo bagage de Pacific Coast Trail loopt en hij had net de film gezien, dus we hadden meteen leuk contact. Na die dag ben ik hem uit het oog verloren, maar toen ik in Santiago in een winkeltje stond op zoek naar een schoon T-shirt zag ik iemand met wit haar staan. Eerst dacht ik: nee die ken ik niet. Ik herkende hem niet omdat toen ik Eric ontmoette hij een hoed op had, maar hij keek ook naar mij. Dus op een gegeven moment vroeg ik: Eric? En toen zei hij: Teresa? Daarna zijn we elkaar in de armen gevlogen en moest hij huilen. Dat is zo geweldig. De ontmoeting tijdens de Camino is universeel. Dat heeft niks met bijvoorbeeld leeftijd te maken. Het is prachtig! Ik word er wel weer vol van als ik er zo over vertel. Er zijn wel mensen die raken verslaafd aan het lopen. Ik heb mensen gehoord die lopen de Camino zes of zeven keer. Dat heb ik niet. Je komt voor de eerste keer in Santiago aan en de tweede keer is toch anders.”

Dat betekent echter niet dat Terese nu thuis in Nijmegen was. Santiago was eerder het begin van nieuwe avonturen. “Er is wel wat wezenlijks in mij veranderd. Door deze ervaring wil ik vaker weg. Het brengt mij ook tot andere dingen die ik van te voren niet bedacht had.” Als voorbeeld noemt ze een eventuele reis naar New York om onder andere mensen op te zoeken die ze tijdens het wandelen heeft ontmoet. “Ja ik ga nog veel meer doen.”

Inschrijven nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks de nieuwste interviews en artikelen.

Aanmelden

Leef Je Pensioen:

Over ons:

Volg ons:

  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube

Onze partners:

  • edukans
  • granny-s-finest
  • pum
  • repair-cafe
  • resto-vanharte
  • hovo-brabant-seniorenacademie
  • kbo
  • nationale-vereniging-de-zonnebloem
  • het-rode-kruis
  • hip
  • voedselbanken-nederland
  • seniorweb
  • oopoeh
  • miess
  • wehelpen
  • het-spoorwegmuseum
  • vogelbescherming-nederland