“Ik ben veel meer huisarts dan hoogleraar”

“Ik ben veel meer huisarts dan hoogleraar”

Jan de Haan (79) uit Wolvega is inmiddels al twintig jaar met pensioen, al kwam dat moment heel anders dan gepland. Op zijn zestigste, vlak voor het einde van zijn loopbaan als huisarts en hoogleraar, kreeg hij een hersenbloeding. Van de ene op de andere dag moest hij stoppen met werken. De overgang was minder abrupt dan hij had kunnen zijn: naast zijn werk maakte hij altijd al bewust ruimte voor zijn hobby’s, waaronder schrijven. Sinds zijn pensioen verschenen meerdere boeken van zijn hand.. 

Van arbeiderszoon tot hoogleraar

Jan groeide op als arbeiderszoon in een tijd waarin kinderen uit zijn milieu naar de mulo gingen. Maar de hoofdonderwijzer van zijn lagere school zag potentie in hem. Hij gaf Jan elke dag twintig minuten persoonlijke bijles, zodat hij toelatingsexamen kon doen voor de HBS.

Eenmaal op de HBS opperde zijn vader voorzichtig: misschien wilde Jan wel dokter worden? Jan had er nooit over nagedacht. Ze gingen samen naar de rector en zo begon een loopbaan die hem via medicijnen studeren, vrijstelling van militaire dienst en een kleine plattelands huisartsenpraktijk in het Friese Scherpenzeel uiteindelijk zou brengen tot bijzonder hoogleraar in Groningen.

Huisarts zijn zit in mijn bloed

Jan vertelt: “Ik ben veel meer huisarts dan hoogleraar. Dat zit gewoon in mijn bloed. Als ik nu wandel in het dorp en mensen zien mij, dan beginnen ze meteen over hun kwalen. En ik heb daar nog steeds belangstelling voor.”

Delegeren als visie

Zijn promotie in Nijmegen ging echter niet over een medisch specialisme maar over management: het delegeren van taken in de huisartsenpraktijk. Een ongewoon onderwerp in die tijd.

“Mijn visie was dat een deel van de praktijk goed gedaan kon worden door hulppersoneel,” legt Jan uit. De toenmalige minister van Volksgezondheid, Els Borst, noemde zijn proefschrift later zelfs in een van haar toespraken. Zijn eigen praktijkassistente was daarvan het bewijs. Terwijl ze bij hem werkte, haalde ze haar diploma als praktijkondersteuner en voerde ze veel werkzaamheden zelfstandig uit. Daar kwam geen huisarts meer aan te pas. 

Na zijn promotie werd Jan uitgenodigd door drie universiteiten om te solliciteren als hoogleraar. Uiteindelijk bleef hij in Groningen, waar een bijzondere leerstoel voor hem werd georganiseerd. Zijn promotor had hem altijd meegegeven: blijf ook in de praktijk werken. Dat deed Jan, hij werd part-time hoogleraar en part-time huisarts.

Een abrupte overgang op zijn zestigste

Jan had een concreet plan: doorwerken tot zijn 65e en de laatste vijf jaar als volwaardig hoogleraar afronden. Het liep anders. Op zijn zestigste, na tien jaar combineren van praktijk en leerstoel, kreeg hij een hersenbloeding.

Hij verloor een deel van zijn gezichtsveld en mocht niet meer autorijden. Daarmee was zijn arbeidsleven voorbij. Niet geleidelijk, maar van de ene dag op de andere.

Drie maanden werkte hij nog op therapeutische basis en hij begeleidde nog enkele promovendi (dat mag tot vijf jaar na je aanstelling), maar het grote werk zat erop.

Geen gat, omdat de hobby’s er al waren

Wat Jan het meest bijzonder vindt aan zijn eigen overgang, is dat hij er nauwelijks moeite mee had. En dat heeft volgens hem alles te maken met een gewoonte die hij in zijn drukste jaren al had opgebouwd.

Hoe druk ik ook was, elke dag bewaarde ik een uurtje voor mijn hobby’s

“Ik had altijd, ook midden in alle drukte, elke dag een uurtje bewaard voor mijn hobby’s. Als ik om elf uur ‘s avonds terugkwam van een vergadering in Utrecht, dan ging dat uurtje naar modelbouw of iets anders.” Toen hij met pensioen ging, had hij vier hobby’s. “Ik ben totaal niet in een gat gevallen.”

Een rijk pensioenleven

Een van Jans hobby’s ontwikkelde zich tot iets groters. In zijn jeugd had hij dagboeken bijgehouden, met de hand geschreven. Toen hij met pensioen was, digitaliseerde hij deze en daar kwamen drie boeken uit. 

Een uitgever vroeg hem die drie samen te vatten in één boek. Dat werd ‘van dorpsdokter tot hoogleraar’. Maar het boek waar hij het meest trots op is, is zijn gedichtenbundel. Die gedichtjes had hij al jaren geschreven bewaard in een trommeltje. 

Contact met de jeugd houdt je fris

Jan zoekt bewust het contact op met anderen, ook búiten zijn eigen leeftijdsgroep. In twee cafés en restaurants in zijn omgeving heeft hij een vaste plek aan de stamtafel. Hij knoopt gesprekken aan met wie er maar naast hem zit.

Als pensionado moet je bewust contact zoeken met de jeugd, dat houdt je fris

Een keer kwamen er drie jonge mannen van in de twintig naast hem zitten. Het was de ochtend na een avond stappen, ze zaten aan een glas melk en een kopje koffie. Jan en de mannen raakten in gesprek en gingen al snel de diepte in: over euthanasie, over het leven. “Dat was geweldig,” zegt Jan. “Als pensionado moet je ook bewust contact zoeken met de jeugd. Dat houdt je fris.”

Klein geluk, elke dag opschrijven

De les die Jan het meest uitdeelt aan anderen, leerde hij ooit als huisartsopleider. Een oefening die hij zijn collega’s meegaf: schrijf een week lang elke avond tien dingen op waar je die dag blij van werd. Dat mogen hele kleine dingen zijn, zoals een mooi vogeltje of een fijn gesprek. “Alles wat aandacht krijgt, wordt groter,” zegt Jan. “Daarmee word je blij van het leven.” Hij schreef er een verhaal over voor zijn laatste boek, Het stickje uit de kringloop.

Nog altijd nieuwsgierig

Jan is bijna tachtig en nog altijd nieuwsgierig. Zijn huisarts liet hem onlangs zien hoe AI het consult transcribeert en Jan vond het prachtig. In het dorp spreekt hij iedereen aan; van stamtafelgenoten tot jonge mensen die hij nog nooit heeft gezien. De wereld verandert, en hij kijkt mee.

Samenvattend is Jan een tevreden man; “Ik ben ambassadeur van het pensioen,” zegt hij. “Al twintig jaar.”

Ben je benieuwd naar de boeken van Jan? Je vindt ze op de website van uitgeverij Elikser

Pensioentips van Jan

Bouw je hobby’s op vóórdat je met pensioen gaat
Je hoeft niet lang per dag bezig te zijn, een uurtje is genoeg. Maar begin er al mee terwijl je nog werkt. Dan val je niet in een gat als je stopt. “Als je met pensioen gaat en je hebt al een hobby, dan heb je geen probleem.”

Leef in het nu
Je kunt plannen wat je wilt, maar geniet elke dag. Jan citeert wat hij in zijn boek schreef: “Je kunt nog zoveel plannen, maar je moet elke dag genieten.”

Schrijf elke avond tien dingen op waar je die dag blij van werd
Doe dit een week lang en bespreek de lijst met iemand die je dierbaar is. Hoe klein de dingen ook zijn. “Alles wat aandacht krijgt, wordt groter.”

Zoek contact met de jeugd
Ga naar de stamtafel, spreek mensen aan die je niet kent. Jongere mensen houden je nieuwsgierig en fris. En je hebt meer te bieden dan je denkt.

Doe dingen meteen
Een van Jans vaste gewoontes als huisarts: de verwijsbrief schrijven terwijl de patiënt er nog bij zat. Niet uitstellen. “Uitstel kost tijd. Doe het meteen.”