Vorige maand kon je in onze nieuwsbrief meedoen aan het mini woononderzoek. Maar liefst 128 respondenten vulden de vragenlijst in! Van de deelnemers zijn veruit de meesten (87,5%) al met pensioen, ofwel 112 respondenten. De meesten zijn tevreden met hun huidige woonsituatie: 37% geeft hun huidige woonsituatie het cijfer 9, 34% geeft het een 8 en 12% zelfs een 10.
Toch zegt meer dan de helft (55%) van de gepensioneerde respondenten: “Ik kijk anders naar mijn huis sinds ik met pensioen ben.” Klinkt ook logisch, want je besteedt er veel meer tijd dan voorheen. Wat eerst een slaapplek was tussen je werk door, is nu je thuis. De hele dag.
Je huis voelt ineens anders
“Ik wilde vroeger een groter huis dan mijn vrienden,” schrijft iemand. “Die drang is weg.” Veel mensen herkennen dit. Het huis dat perfect was toen je werkte, voelt nu anders. Te groot. Te veel werk. Te veel kamers die je niet gebruikt.

En je ziet nu pas wat er niet goed is. Onderhoud dat je uitstelde. Die steile trap. De badkamer boven. De vraag is niet meer: “Past dit bij mijn werkende leven?” Maar: “Kan ik hier oud worden?”
De vraag is nu ‘kan ik hier oud worden’?
De tuin: fijn en zwaar
Over de tuin zijn mensen verdeeld. Of eigenlijk: ze hebben dubbele gevoelens. 48% zegt: “De tuin vind ik het fijnst aan mijn huis.” Bij mooie herinneringen komt de tuin vaak terug, zoals; de gezellige barbecues, vogels kijken en genieten van tuinieren.

Maar bij wat er veranderd is, wordt diezelfde tuin een probleem: “Te veel werk.” “Kunnen we dit blijven doen als we ouder zijn?” Het is toch ergens ook pijnlijk; de plek met je mooiste herinneringen geeft je nu zorgen.
Blijven of verhuizen?
46% denkt niet aan verhuizen, 33% wel en 22% twijfelt daar nog over. Veel mensen zeggen: “Er is geen goed aanbod van wat ik zoek” (62%). Ze willen dus wel verhuizen, maar vinden niets.

Wie wil verhuizen, zegt vaak:
- Ik wil kleiner wonen (46%)
- Ik verhuis als de tuin te veel werk wordt (28%)
- Ik wil in mijn eigen buurt blijven (22%)
- Ik verhuis alleen als het echt moet (20%)
- Als mijn partner overlijdt, wil ik anders wonen (20%)
Andere dingen zijn belangrijk
Wat mensen zoeken nu ze ouder worden is veranderd. Niet meer: grote kamers en een oprit. Maar wel: winkels dichtbij, een goede verbinding met bus of tram, een lift en geen trap in huis. Dat het liefst in een levendige buurt, want stilte voelt nu eenzaam.
“De buurt is oud geworden,” schrijft iemand. “Vroeger was het gezellig. Nu voel ik me eenzaam.”
Je huis is je levensverhaal

Wat vind je het mooist aan je huis? Eén antwoord komt steeds terug: de kinderen. “Hier is onze dochter groot geworden.” “De tijd met de kinderen.” “Het opgroeien van de kinderen in dit fijne huis.”
Je huis is een verzameling momenten, geen verzameling van kamers
Je huis is geen verzameling van kamers. Het is een verzameling momenten. Mensen koesteren niet hun vierkante meters, maar:
- Wie er woonde (kinderen, partner, ouders)
- Wat er gebeurde (verdriet, geluk, feesten)
- Wat ze zelf maakten (“Alles zelf verbouwd”)
- Wie er kwam (buren, kleinkinderen)
Klein comfort is groot geluk
Naast herinneringen noemen mensen vaak: de lift, geen trap meer, slaapkamer beneden, veel licht. Dit zijn geen luxe dingen. Het zijn voor hen de dagelijkse kleine fijne momenten.
Geld aan je huis of aan leuke dingen?
Nog een keuze: geld stoppen in je huis (verbouwen, isoleren, repareren) of dat geld gebruiken voor leuke dingen? Mensen zeggen: “De overwaarde van ons huis is geld voor reizen en hobby’s.”
Als je mensen vraagt hoe ze nu kijken naar hun woonwens, zie je grofweg twee keuzes:
- Kleiner wonen: appartement, minder werk, praktisch
- Nu doorpakken: verbouwen tot droomhuis, nu comfort
Beide zijn goed. De vraag is: wat past bij jou in deze nieuwe fase?
Moeilijke keuzes
Dit mini onderzoek laat zien: keuzes over wonen zijn moeilijk in je pensioentijd. Dezelfde tuin die zorgen geeft, heeft je mooiste herinneringen. Datzelfde grote huis met te veel werk, is ook waar je kinderen groot werden. Die stille buurt die nu saai is, was vroeger juist zo fijn rustig.
“40 jaar geleden voelde dit huis goed,” schrijft iemand. “Het voelt nog steeds goed. Maar past het ook bij de komende jaren?”