“Pas op late leeftijd vond ik mijn echte talent”

“Pas op late leeftijd vond ik mijn echte talent”

Rien te Hennepe (76) woont al sinds zijn 52e op Curaçao. Ooit droomde hij ervan om in Portugal opnieuw te beginnen, maar de liefde bracht hem naar een ander eiland. Daar ontdekte hij een nieuwe passie: beeldhouwen. Als fysiotherapeut werkte hij dertig jaar met zijn handen. Op Curaçao doet hij dat nog steeds, alleen nu met steen.

Meer bezig met papierwerk dan met patiënten

Rien rolde de fysiotherapie in via zijn diensttijd. Hij werd daar sportinstructeur en kwam voor het eerst in aanraking met het vak. “Ik dacht meteen: wauw, dat is het,” vertelt hij. Nederland telde toen nog maar een handvol opleidingen. Na zijn studie werkte hij twee jaar in een ziekenhuis en daarna bijna dertig jaar in een praktijk in de Achterhoek.

Hij hield vooral van het werk aan huis. Bij mensen die zelf niet meer naar de praktijk konden komen. Boerderijen, keukentafels, soms een schuur: overal ging hij naartoe. “Ik vond dat prachtig, dat contact met die mensen,” zegt hij.

Eind jaren negentig veranderde dat. Protocollen, richtlijnen en steeds strengere administratie namen de plek in van het vak zelf. Verzekeraars beoordeelden hem op basis van hoe netjes zijn dossiers waren bijgehouden, niet op de kwaliteit van zijn behandelingen. Collega’s die goed waren in het invullen van formulieren kregen een compliment. Rien, die keihard werkte, tevreden patiënten had, maar slordig was met de administratie, kreeg kritiek. “Ik werkte niet meer met plezier,” zegt hij.

Verliefd op het eiland, en op haar

Rien droomde ervan om ergens anders opnieuw te beginnen. Tijdens een vakantie raakte hij enthousiast over een plek in het midden van Portugal. Zijn plan: rondrijden met een “fysiomobiel”; een auto waarmee hij aan huis kon blijven behandelen. Op dat idee zou het uitlopen. Maar niet op de manier die hij had bedacht.

Ik was eerst verliefd op het eiland en toen op haar

In zijn praktijk kwam op een gegeven moment een vrouw die op Curaçao geboren was. Haar vader had na de oorlog een baan bij de Shell gekregen en was naar het eiland verhuisd. Rien ging met haar op vakantie naar Curaçao en was meteen verkocht. Bij het eerste bezoek kwam ik al op plekken waar een geboren en getogen Curaçaonaar nog nooit was geweest. “Ik was eerst verliefd op het eiland en toen op haar,” zegt hij lachend. “Het ging een beetje hand in hand.” Twee jaar later trouwden ze en verhuisde hij, op zijn 52e, naar Curaçao. Niet naar Portugal.

Zijn vervroegd pensioen moest hij nog acht jaar missen. Maar de opbrengst van zijn huis, het feit dat zijn vrouw haar huis op Curaçao al bezat en de gunstige wisselkoers hielpen hem erdoorheen. Op het strand begon hij met masseren, als eerste op het eiland. “Nu kun je op elk strand op Curaçao gemasseerd worden,” zegt hij trots. “Toen nog niet.”

Zijn handen staan nooit stil

Een vaste week kent Rien niet echt, maar een paar dingen keren steeds terug. Hij geeft nog steeds massages bij mensen thuis, met zijn mobiele tafel. Al jaren is hij vrijwilliger bij een hospice, waar hij mensen masseert. Niet om ze beter te maken, maar om ze een fijn gevoel te geven. Regelmatig helpt hij met klussen in de buurt bij mensen die daar zelf niet meer toe in staat zijn. En dan is er nog het beeldhouwen, waar hij het liefst zoveel mogelijk tijd in steekt.

Zo’n 20 jaar geleden kwam Rien, via zijn vrouw die zelf al aan kunst deed, in contact met een beeldhouwster voor een massage. Toen hij zag wat zij deed dacht hij meteen; ‘wauw dat ga ik ook doen’. Hij kocht een slijptol, omdat de stenen afkomstig van Curaçao snel breken en hakken niet kan. Het eerste beeldje was binnen 2 weken verkocht. Inmiddels zit hij al in de richting van 500 beelden. Zij hebben hun weg gevonden over de hele wereld.

Kippenvel door de momenten waarop een beeld precies bij de juiste persoon terechtkomt

Het liefst werkt hij spontaan en intuitief aan een steen. Ook krijgt hij regelmatig opdrachten. Vaak vragen mensen of hij het niet moeilijk vindt om een beeld weg te doen, maar dat is niet zo.

Wat hem wel steeds weer verrast, zijn de “kippenvelverhalen”: momenten waarop een beeld precies bij de juiste persoon terechtkomt. Zo begon hij ooit aan een stier voor een Amerikaanse klant, maar er ontstond vanzelf een zittende moeder met een kind op schoot. Toen de klant het beeld zag, moest hij bijna huilen: twee weken eerder had hij gehoord dat hij opa zou worden. Een ander groot beeld, van een moeder met een kind tegen haar heup, schonk hij aan het hospice waar hij vrijwilligerswerk doet, het was precies passend bij de tekst op hun flyer. Die hij nog niet eens kende toen hij eraan begon.

Niet alles ging vanzelf. Zijn tweede vrouw overleed twee jaar geleden onverwacht aan een hartstilstand. Ze had de laatste jaren in een rolstoel gezeten, maar bleef actief met keramiek. Rien moest opnieuw een groot verlies verwerken. Net als bij zijn eerste vrouw, die na een ziekbed van zes jaar overleed, maar dan zonder de tijd om zich voor te bereiden.

Ook het geven zelf kent een grens. Jarenlang voer hij twee keer per week naar een onbewoond eiland om daar vakantiegasten te masseren. “Ik was dan niet moe, maar geestelijk helemaal leeg,” zegt hij. Zijn vrouw zag dat hij er dan uitzag “als een lijk” en zei op een gegeven moment dat hij ermee moest stoppen.

Leven na verlies kent nieuwe verrassingen

Wat Rien nu weet, is dat het leven na een groot verlies niet stopt met nieuwe verrassingen. Twee jaar na de dood van zijn vrouw ontmoette hij een nieuwe partner; een kunstenares uit Indonesië. Binnenkort maken ze samen een rondreis door haar geboorteland. “Wat wil je nog meer, als je 76 bent en dan nog dit soort dingen meemaakt?” zegt hij.

Ook op zijn werk als fysiotherapeut kijkt hij terug met een les: hoe meer hij op gevoel werkte in plaats van op protocol, hoe beter het resultaat was. Die manier van werken -vertrouwen op wat je voelt, niet alleen op wat is voorgeschreven – neemt hij overal mee naartoe. Ook in zijn beelden.

Nog een hele tijd erbij

Eind volgende maand reist Rien via Nederland naar Indonesië. Voor een rondreis met zijn nieuwe partner door haar geboorteland. Daarna gaat hij weer verder met wat hem al jaren gelukkig maakt: beeldhouwen, masseren en zorgen voor wie dat nodig heeft. Ook zijn huis, vol met werk van Caribische kunstenaars, blijft een soort klein museum waar hij graag bezoekers ontvangt.

Zolang hij zelf nog kan autorijden, wil hij op Curaçao blijven wonen. “Ik heb een mooi leven gehad,” zegt hij. “En ik hoop dat er nog een hele tijd bij komt. In ieder geval stopt het absoluut niet na pensioen. En je bent pas echt oud als je denkt dat je te oud bent om aan iets nieuws te beginnen.”

Wil je ook je verhaal vertellen?

Heb je een inspirerende pensioenervaring? Deel het! Neem contact op voor een interview.